Gesprongen
Jij was lang al verloren
En de uitkomst stond vast,
Al wou je nog wachten
Tot hij ook gevlogen was
Hij kon niks meer zien,
Alleen jouw gouden mond
Want de lach was de piano
Die spelen begon
Het leek eerst nog stiekem
En of het zou zijn,
Maar hij rook de spekkies
Jij was mooi en klein.
De piano was allang stil
En hij, hij zweefde boven de stoom
Jij giechelde, pakte zijn hand
En de spekkies versmolten xe9xe9n droom.
xa9Eva Pander Maat, winter 2009
