Kinderdroom
Ik was al wakker voor ik droomde.
Eerst was ik onzichtbaar,
verder niks want onzichtbaar is niks.
Gewichtloos.
Een speeltuintje, besneeuwd,
vroeger kwam ik daar, nu
voor het eerst sinds lang en zomers.
Daarna wilde ik een vogel zijn;
eerst was vliegen mijn grootste wens.
Drie rondegezichtenkinderen
wilden mij vangen, snel
veranderde ik in de maan.
Ze zouden me nooit vinden.
Manen met gezichtjes zijn stom,
daarom was ik nu de juf.
Vroeger kon ik alles zijn en mezelf;
mezelf en gelukkig want ik dacht niet na.
Ik wist precies genoeg,
maar op een dag begreep ik
per ongeluk iets wat grote mensen vertelden,
nu is het te laat.
Ik weet te veel, toen was ik klein.
Klein zijn vond ik niet erg.
Ik droomde ook dat ik droomde,
net als ooit op mijn verjaardag.
Ik keek naar een foto
van een dag die ik me nog herinnerde.
In mijn hoofd was ik hetzelfde gebleven
maar op de foto zeven jaar verschil.
Toen werd ik wakker.
Ik was veertien.
xa9Laura Nauta, december 2008
